De herfst is waarschijnlijk een van de mooiste seizoenen om met je hond te wandelen: het licht is zacht, het bos...
Herfst met je hond: kleine gevaren om op te letten tijdens wandelingen
De herfst is waarschijnlijk een van de mooiste seizoenen om met je hond te wandelen: het licht is zacht, het bos ruikt naar vochtige aarde en je viervoeter lijkt elke hoop bladeren opnieuw te ontdekken alsof het een compleet nieuw speelterrein is. Tegelijkertijd schuilt er in dit seizoen een aantal kleine gevaren waar je niet altijd meteen aan denkt.
Dat hoeft je wandelingen natuurlijk niet te bederven. Je moet alleen weten waar je op moet letten. Dit zijn de zes belangrijkste aandachtspunten om zorgeloos van de herfst te genieten.
1. Eikels, paardenkastanjes en paddenstoelen: let op wat er op de grond ligt
Voor een nieuwsgierige hond is de bosgrond in november één groot openluchtbuffet. Dit moet je weten:
Eikels bevatten tannines, die de maag en darmen kunnen irriteren. Mogelijke gevolgen zijn braken, diarree en lusteloosheid. Bij grotere honden bestaat er bovendien nog een ander risico: als ze meerdere eikels inslikken, kan er een verstopping in het spijsverteringskanaal ontstaan.
Paardenkastanjes – dus de vruchten van de gewone paardenkastanje, niet de eetbare tamme kastanjes – zijn problematischer. Ze bevatten saponinen, die duidelijke spijsverteringsklachten en in ernstige gevallen neurologische symptomen kunnen veroorzaken. Door hun formaat en vorm kunnen ze ook gemakkelijk tot een verstopping leiden. Goed om te weten: tamme kastanjes zijn niet giftig, maar hun stekelige bolster is natuurlijk allesbehalve prettig om in te slikken.
Gevallen en beschadigde walnoten verdienen eveneens voorzichtigheid. Als ze gaan schimmelen, kunnen ze gifstoffen produceren die trillingen en zelfs stuipen kunnen veroorzaken.
Paddenstoelen vormen tot slot het ernstigste risico. Er bestaat geen betrouwbare thuistest waarmee je kunt vaststellen of een paddenstoel gevaarlijk is, en sommige soorten die dodelijk kunnen zijn voor honden komen veel voor in het bos. Het verraderlijke is dat bij sommige vergiftigingen de eerste maag-darmklachten pas enkele uren na het eten optreden en daarna weer lijken af te nemen, terwijl de lever intussen al beschadigd kan zijn. Heeft je hond een paddenstoel gegeten, of twijfel je? Probeer dan niet zelf braken op te wekken en wacht niet op symptomen: bel direct je dierenarts of een veterinair antigifcentrum. Maak indien mogelijk een foto van de paddenstoel of neem een exemplaar mee.
Een goede gewoonte voor elke dag: leer je hond commando’s als “laat” of “los”, en houd hem aan de lijn op plekken waar hij de neiging heeft om alles van de grond op te rapen. Een hond die graag dingen zoekt en oppakt tijdens de wandeling, kun je bovendien op andere manieren bezighouden – daar komen we later nog op terug.
2. Parasieten verdwijnen niet zodra de zomer voorbij is
Het is een hardnekkig misverstand: zodra het frisser wordt, kunnen de antiparasitaire middelen de kast in. Maar dat klopt niet.
- Teken blijven actief zodra de temperatuur boven ongeveer 7 °C uitkomt. De herfst is zelfs, samen met het voorjaar, een van hun belangrijkste actieve periodes. Ze kunnen onder meer babesiose overbrengen, een ernstige ziekte die juist ook in de herfst voorkomt.
- Herfstmijten, kleine oranje larven, zijn actief van het einde van de zomer tot in de herfst. Ze kunnen hevige jeuk veroorzaken, vaak tussen de tenen, aan de oren of onder de buik.
- Vlooien voelen zich juist uitstekend thuis in verwarmde huizen. Hun zeer resistente cocons kunnen lange tijd blijven zitten in een mand, kleed of tapijt.
Een belangrijk punt: antiparasitaire middelen moeten geschikt zijn voor de betreffende diersoort. Sommige werkzame stoffen die honden goed verdragen, kunnen gevaarlijk zijn voor katten. Heb je zowel een hond als een kat in huis, gebruik dan nooit dezelfde spot-onpipet voor beide dieren. Voor een middel dat past bij het gewicht, de leeftijd en de leefstijl van je hond kun je het beste advies vragen aan je dierenarts.
3. Regen en vocht: vergeet poten en vacht niet
Een natte hond die thuiskomt van een wandeling heeft misschien iets gezelligs… tot het vocht te lang blijft zitten.
De voetzolen krijgen veel te verduren door de afwisseling van modder, plassen, koude ondergrond en nat asfalt. Ze kunnen droog, gebarsten of geïrriteerd raken. Vooral vocht dat tussen de tenen blijft zitten, kan huidirritatie en ontstekingen bevorderen, waardoor een hond soms urenlang aan zijn poten blijft likken.
De vacht heeft eveneens tijd nodig om goed te drogen, vooral bij langharige honden of honden met een dikke ondervacht. Een vacht die langdurig vochtig blijft, kan nare geurtjes en huidirritatie in de hand werken.
Grasaren verdienen ook aandacht. Deze kleine plantendelen van grassen zijn aan het begin van de herfst nog volop aanwezig. Ze blijven aan de vacht hangen en kunnen zich vervolgens tussen de tenen, in de oren of zelfs in de neus werken. Ze komen vaak niet vanzelf weer naar buiten en kunnen verder het lichaam in migreren. Schudt je hond na een wandeling door hoog gras voortdurend met zijn hoofd, krabt hij aan zijn oor of niest hij herhaaldelijk, laat hem dan snel nakijken.
De eenvoudige routine: afdrogen, goed drogen tussen de tenen en daarna borstelen om vuil en plantenresten te verwijderen.
En nog iets over plassen en stilstaand water: daarin kunnen bacteriën voorkomen die leptospirose veroorzaken, onder meer via urine van knaagdieren. Deze ziekte kan ernstig verlopen, maar er bestaat een vaccin tegen. Bespreek dit met je dierenarts als dat nog niet is gebeurd.
4. De dagen worden korter: zorg dat je zichtbaar blijft tijdens de wandeling
Met de overgang naar de wintertijd – dit jaar in de nacht van 24 op 25 oktober – wordt het in november al rond 17.30 uur donker. Veel dagelijkse wandelingen vinden daardoor plaats in de schemering of in het donker.
Een donkergekleurde hond is op een onverlicht pad heel moeilijk te zien, zowel voor fietsers en automobilisten als voor jezelf wanneer hij wat verder wegloopt. Een paar eenvoudige hulpmiddelen maken een groot verschil:
- een verlichte of reflecterende halsband of tuig;
- een lijn met reflecterende stroken;
- een klein lampje aan de halsband, ook handig om je hond terug te vinden als hij tussen de struiken verdwijnt.
Wandel je in het bos of langs de bosrand, houd er dan ook rekening mee dat het jachtseizoen geopend kan zijn. Een felgekleurd hesje voor je hond – en eventueel ook voor jezelf – is een eenvoudige voorzorgsmaatregel die veel kan betekenen.
5. Als het kouder wordt: pas het comfort aan je hond aan
Nee, niet iedere hond heeft een jas nodig. Een husky of Berner sennenhond voelt zich vaak juist prettig bij koel weer. Sommige honden krijgen het echter sneller koud, zeker wanneer kou en vocht samengaan:
- kleine honden, die sneller lichaamswarmte verliezen;
- honden met een korte of dunne vacht, zoals windhonden, whippets, boxers en mopshonden;
- puppy’s en oudere honden;
- honden met artrose, waarvan de gewrichten gevoeliger kunnen reageren op koud en vochtig weer.
Duidelijke signalen zijn trillen, een bolle of ineengedoken houding, langzamer lopen, naar huis willen of afwisselend de poten optillen.
Een goede hondenjas moet makkelijk aan te trekken zijn, voldoende bewegingsvrijheid bij de schouders bieden, rug en buik bedekken zonder te hinderen en vooral droog zijn op het moment dat je naar buiten gaat. Een hond die veel rent en actief beweegt, hoef je daarentegen niet te warm aan te kleden: door de beweging warmt hij zichzelf goed op.
Denk ook aan de slaapplek thuis. Een verhoogde mand of een dik kussen isoleert tegen een koude vloer en kan vooral voor oudere honden extra prettig zijn.
En als het weer echt slecht is? Er zullen dagen zijn waarop de wandeling wat korter uitvalt. Een hond heeft niet alleen lichamelijke beweging nodig, maar ook mentale uitdaging: snuffelmatten, vulbare speeltjes en kauw- of liksnacks kunnen de hersenen flink aan het werk zetten. Bovendien helpt dat om de behoefte om ergens op te kauwen te richten op iets veel veiliger dan een eikel die onderweg is gevonden. Kies altijd een formaat dat bij je hond past en blijf in de buurt terwijl hij kauwt.
6. Na de wandeling: een korte controle die veel problemen kan voorkomen
Maak er na thuiskomst een vaste gewoonte van om deze controle van twee minuten te doen. Het wordt al snel automatisme en kan veel tijd schelen als er toch iets aan de hand blijkt te zijn.
- De poten: droog ze af, spreid de tenen en controleer op doorns, grasaren, kleine wondjes of roodheid.
- De oren: kijk erin zonder diep te peuteren. Een grasaar of een ongebruikelijke geur is reden om alert te zijn.
- Het lichaam: ga met je vingertoppen langs de hals, oksels, liezen, buik, rond de oren en onder de staart – plekken waar teken zich graag vastzetten.
- De vacht: met even borstelen verwijder je bladeren, takjes en vuil en kun je meteen de huid bekijken.
Vind je een teek, verwijder die dan zo snel mogelijk met een tekentang of tekenhaak door hem los te draaien, zonder hem fijn te knijpen en zonder er ether, olie of alcohol op aan te brengen. Ontsmet daarna de plek en houd je hond de dagen erna goed in de gaten. Ongewone vermoeidheid, koorts, verlies van eetlust of donkere urine zijn redenen om meteen contact op te nemen met de dierenarts.
Samengevat
De herfst is geen seizoen om bang voor te zijn, maar wel een seizoen waarin het loont om wat beter op te letten. Houd in de gaten wat je hond onderweg oppakt, maak van de controle na thuiskomst een vaste routine, zorg voor goede zichtbaarheid en wat extra comfort: zo kun je volop genieten van de mooiste herfstwandelingen van het jaar.
Heb je vragen over de juiste uitrusting voor je hond in dit seizoen? Het team van Merlin & Cie helpt je graag verder.
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vervangt geen advies van een dierenarts. Neem bij twijfel over de gezondheid van je hond altijd contact op met je dierenarts.
Laat een opmerking achter